Evolutionary leadership theory
Evolutionaire leiderschaps theorie (ELT) geeft een evolutionair psychologisch verklaring van leiderschap. De evolutionaire psychologie gaat er van uit dat ons denken, voelen en doen het product zijn van aangeboren psychologische mechanismen. Deze mechanismen zijn geëvolueerd omdat ze de mens in staat stellen effectief om te gaan met uitdagingen die (direct of indirect) belangrijk zijn voor voortplanting en overleven. ELT past de evolutionaire psychologie toe op leiderschap.

ELT werd geïntroduceerd door dr. Mark van Vugt, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie (VU, Amsterdam) in het boek Selected (van Vugt & Ahuja, 2010).

ELT onderscheid zich van andere leiderschapstheorieën door te stellen dat:

  1. leiden en volgen aangeboren gedragsstrategieën zijn die zijn geëvolueerd om problemen rond sociale coördinatie op te lossen (bijvoorbeeld in het trekken naar nieuwe gebieden, jacht op groot wild of conflicten met andere groepen).
  2. de relatie tussen leiders en volgers in de basis ambivalent is. De leider kan zijn positie misbruiken in zijn eigen voordeel en ten koste van anderen (zie ook het kopje Leiderschap en dominantie).
  3. moderne organisatiestructuren inconsistent zijn met aangeboren psychologische mechanismen van leiden en volgen. Deze inconsistentie is een mogelijke verklaring voor de problemen in de relatie tussen leidinggevenden en ondergeschikten in moderne organisaties.

Evolutie van leiderschap
De mens is geëvolueerd als sociaal dier. De groep geeft bescherming en samenwerking bij jagen, verzamelen en het delen van voedsel geven de groep een belangrijke meerwaarde voor het individu. Bij samenwerking kan centrale coördinatie voordeel opleveren. Onderzoek laat zien dat groepen met leiders het over het algemeen beter doen dan groepen zonder leider. Uitgangspunt van ELT is dat de primaire functie van leiderschap ligt in het faciliteren van groepsprestatie.

Overwegingen voor volgers
Wanneer het volgen van een leider de prestaties van de groep verhoogd, is het in het (evolutionair) belang van het individu te volgen. ELT gebruikt speltheorie om aan te tonen dat het voor het individu vaak gunstiger is om te volgen, dan niet te volgen. Bij het volgen zal het individu twee overwegingen moeten maken:

  1. heeft het in deze situatie toegevoegde waarde een leider te volgen
  2. wie is de juiste persoon om te volgen in deze specifieke situatie

ELT gaat er vanuit dat deze overwegingen (en andere overwegingen rond leiden en volgen) automatisch gemaakt worden door aangeboren psychologische mechanismen. Dit leiderschapsinstinct bepaald ook in onze moderne tijd nog de reacties op leiders. We zien bijvoorbeeld dat wanneer er geen duidelijke noodzaak is van leiding, mensen negatief reageren op pogingen hen te leiden (een reactie vanuit de eerste overweging).

Leider prototypes (CALP)
ELT stelt dat mensen bij de tweede overweging (wie te volgen) gebruik maken van aangeboren leider prototypes. Deze prototypes worden in ELT “cognitive ancestral leader prototypes” of CALP genoemd. De CALPs helpen de mens een optimale keuze te maken welk type persoon de meeste toegevoegde waarde zal hebben in een specifieke situatie. In tijden van conflict is dit bijvoorbeeld een jonger iemand die fysiek sterk is en niet bang risico’s te nemen. In vredestijd is dit over het algemeen een ouder iemand met meer sociale kwaliteiten. We zien dit soort overwegingen nog steeds in onze moderne tijd, zo kijken mensen in tijden van crisis nog steeds automatisch naar de sterke man.

Leiderschap en dominantie
Leiderschap wordt vaak verward met sociale dominantie zoals we dit bij de meeste sociale diersoorten terugvinden. Wanneer dieren concurreren om beperkte middelen (voedsel, territorium, seksuele partners), kunnen de sterkere dieren de sterkere dieren hun belangen behartigen ten koste van de zwakkere. Door zich te onderwerpen aan zijn sterkere soortgenoten vermijd een dier agressie van het dominante dier (dat zijn belangen wil veiligstellen) en verhoogd zijn eigen overlevingskansen. De dominantiehiërarchie verminderd zo geweld binnen de groep. Dit soort dominantiehiërarchie is ook kenmerkend voor andere grote apen zoals de chimpansee en de gorilla.

Dominantie is moeilijk wanneer er binnen een soort nauw wordt samengewerkt. Zwakkere dieren kunnen coalities vormen om sterkere dieren aan te vallen, iets dat we bijvoorbeeld bij chimpansees zien gebeuren. Bij de mens heeft samenwerking geleid tot een omkering van de machtsbalans. Iemand is geen leider omdat hij anderen weet te domineren, maar omdat zijn optreden toegevoegde waarde voor de groep heeft. Studies bij jager verzamelaars (mensen die leven zoals onze voorouders) laten ook zien dat er geen formele machtsverhoudingen zijn en pogingen de groep te domineren worden afgestraft. De leider leidt bij de gratie van de groep.

De positie van leider heeft echter wel duidelijke evolutionaire voordelen. Een goede leider heeft veel aanzien en prestige, wat zich onder meer vertaald in meer seksuele contacten.

Het probleem van macht
Macht is echter nog steeds een relevant gegeven voor mensen, het maakt het immers mogelijk de eigen belangen te behartigen ten koste van anderen (zoals we dit ook zien bij dominantiehiërarchie). Mensen volgen daarom het liefst leiders die gulheid en integriteit tonen. Bij jager verzamelaars zij er daarbij een aantal correctiemechanismen om de macht van de leider te controleren:

  1. roddel (het beschadigen van de reputatie en daarmee de prestige).
  2. kritiek (het corrigeren van zijn gedrag)
  3. ongehoorzaamheid (waardoor hij ineffectief als leider wordt)
  4. vertrek (het afscheiden van de groep)
  5. moord (het uitschakelen als leider en zo plaats maken voor een andere leider)

In ELT worden dit soort correctiemechanismen aangeduid als “strategies to overcome power”, STOP.

De mismatch hypothese
De mismatch hypothese in ELT is een variatie op het savanne principe dat een belangrijke rol speelt in de evolutionaire psychologie. Het savanne principe stelt dat onze hersenen zijn geevolueerd om de mens te helpen overleven in een specifieke omgeving, namelijk kleine nomadische groepen op de savannes van Afrika. Deze omstandigheden worden ook wel de “environment of evolutionary adaptedness” genoemd, afgekort als EEA. De moderne omstandigheden wijken op kritieke punten af van deze EEA, waardoor aangeboren psychologische mechanismen niet functioneel meer zijn. Een bekend voorbeeld is onze voorkeur voor zoet, zout en vet eten.

De organisatie van leiderschap in moderne organisaties wijkt op kritieke punten af van de EEA van leiderschap. Voorbeelden zijn:

  1. sekse en fysiek spelen nog steeds een belangrijke rol in de selectie van leiders (management is gemiddeld langer dan andere werknemers en vaker man) terwijl deze eigenschappen geen toegevoegde waarde hebben in moderne organisaties.
  2. Leiders worden niet meer door de groep zelf aangewezen, de groep krijgt in de regel een leider toegewezen.
  3. Leiders hebben meer macht over groepsleden. Zij doen bijvoorbeeld de beoordelingen.
  4. Moderne organisatievormen beperken de STOP correctiemechanismen (kritiek en ongehoorzaamheid zijn bijvoorbeeld vaak geen optie).

Relevantie voor modern management
Met de opkomst van het kenniswerk blijken de traditionele hiërarchische verhoudingen steeds minder wenselijk en relevant. Betrokkenheid blijkt een belangrijke factor in succes voor organisaties en van medewerkers wordt meer initiatief en ondernemerschap verwacht. Natuurlijk leiderschap past goed in deze nieuwe situatie en ELT kan zo een belangrijke rol spelen in toekomstige ontwikkelingen op het gebied van leiderschap. Inzicht in de aangeboren psychologie van leiderschap stelt ons in staat de negatieve effecten van mismatch tegen te gaan en leiderschap te organiseren op een manier die meer gewenst gedrag stimuleert.

Praktische toepassingen >>

 
  
 
    Relevante artikelen
Muiterij
Natuurlijke leiders
De alpha manager
The origins of leadership


 
   
We admit that we are like apes, but we seldom realise that we are apes.
- Richard Dawkins